Introductie
We hebben weer een hoop meegemaakt, maar nog lang niet alles online gezet. Natuurlijk was het ook wel te verwachten dat we niet elke dag een heel verhaal konden gaan typen, maar we houden jullie toch graag op de hoogte.
Wellicht goed om te weten: sinds de eerste stroomstoring is onze internet connectie minder stabiel. Dus als we opeens stil vallen in een chat op MSN of IRC, dan is dat niet omdat we je opeens niet meer interessant vinden, maar meer omdat we weer eens opnieuw de connectie met de router moeten krijgen.
Vrijdag 14 augustus
’s Ochtends meteen even gebeld via de Skype met Maria, Judiths moeder, die jarig was. ’s Middags liepen we naar de stad, toen we achterop gefietst werden door wat later een lokale beroemdheid bleek te zijn. Een man genaamd Tony had “Groningen” op Judiths trui gelezen en vroeg of we uit Nederland kwamen. In Yellowknife blijkt namelijk een Groninger te wonen (een vriend van Tony), die hier zo’n 25 jaar geleden naar toe verhuisd is. Hij had het er nog vaak over, dus vandaar dat Tony het herkende. Na een kort gesprekje op de stoep, waarin we vertelden dat we wilden gaan kijken waar we een kano konden huren, bood Tony een van z’n twee kano’s aan om te lenen. Dat scheelde in de kosten en de bedrijven hier draaiden toeristen toch maar een poot uit, kwam het op neer. Gewldig hoe iedereen hier behulpzaam is en je tips geeft van wat hij of zij leuk vindt aan Yellowknife.
Zoals in de laatste post al aangegeven en in de foto’s ook al te zien was, liepen we naar onze vriend Tim aan de andere kant van de stad en hebben we daar van een welverdiende portie Timbits en koffie genoten. We namen de bus weer terug en na snel wat te hebben gegeten, gingen we naar de plek waar Tony woonde en waar z’n kano’s lagen. Zonder succes. :-(. Tony was (niet meer) thuis. We hebben er nog een tijd gezeten op een bankje en van het uitzicht genoten (zie ook de foto’s van 11-14 augustus). Tony woont op de blauwe “houseboat” die in de foto’s te zien is.
Zaterdag 15 augustus
We hebben deze dag veel gewerkt en wat geluierd. Na wat googelen en wat lezen in de Lonely Planet kwamen we erachter dat er veel over Tony te vinden is. In maart is er namelijk het “Snowking festival” in Yellowknife, georganiseerd en waarschijnlijk ook bedacht door Tony, die als bijnaam namelijk “Snowking” heeft. Zowel in de Lonely Planet als op verschillende nieuwssites was dit terug te vinden. En de reden dat er zoveel mensen op een woonboot wonen ook: omdat je woning dan niet op land staat dat van de stad is, hoef je geen belastingen te betalen en dat schijnt veel te schelen. Ook is het een lucratieve business: Tony had een houseboat gebouwd die hij voor $130.000 (bijna €84.000) verkocht had. De bouwmaterialen haalde hij voornamelijk van de stort.
Toen we ’s avonds nogmaals naar z’n houseboat gingen, was hij er weer niet. We namen ons voor om de volgende keer maar een briefje mee te nemen om op te plakken dat we hem weer gemist hadden. We wandelen nog even verder door het oude deel van de stad, N’Dilo genaamd om onder andere even te zien waar “the Wildcat café” zat, waar we zeker nog een keer moeten gaan eten. Ook liepen we langs “Doornbos road”, genoemd naar een kleurrijke inwoner van Yellowknife, Tjaart (Tom) Doornbos. Grappig, omdat Bas z’n oma Doornbos van haar achternaam heet en deze man, een Nederlander, dus mogelijk verre familie is.
Zondag 16 augustus
De dag begon met boodschappen doen. Toch handig dat op zondag de boel hier gewoon open is. Nadat we de boodschappen hadden teruggebracht, gingen we een auto huren. Er was geen kleine auto, dus we kregen voor een gereduceerd tarief een full-sized car mee. Een behoorlijk bak, zoals in de foto’s ook te zien is. Een korte instructie hoe in een automaat te rijden en Bas reed meteen weg, op weg over de Ingraham Trail naar Roads’ End, waar ’s winters de Ice Road begint. Een reis met uitdagingen, naar later bleek.
Tijdens een eerste stop even een broodje gegeten en tot de conclusie gekomen dat veel mensen op zondag leuke uitstapjes doen. Mensen die gingen vissen, met de boot het meer opgingen, etc etc. Verder gereden en toen begon er een stuk “gravel road”. Dat rijdt vrij lastig als je geen 4×4 truck hebt en bovendien een auto met veel vermogen hebt. Af en toe voelt het aan alsof je op ijs rijdt, zo glibberig. Na een stuk gravel road bij de “Hidden Lake” gestopt. Hier kwamen een stel “immigranten” uit New Brunswick tegen, die daar aan het vissen waren. Maar eens gevraagd waar je hier een Fishing license kon halen. Ook vertelden ze ons dat we nog één parkeerplaats verder moeten om makkelijker naar de Cameron Falls te kunnen lopen.
Zo gezegd, zo gedaan en bij de volgende parkeerplaats begon onze wandeling naar de Cameron Falls. Enorm mooi, een behoorlijke waterval midden in de natuur. Naar onze mening ook vele malen mooier dan de Niagara Falls, die in Canada en Amerika meer bekendheid genieten. Onterecht, want de wolkenkrabbers die daarom heen staan en de weg die er gewoon langsloopt, nemen de magie van de waterval weg. Cameron Falls is dat alles dus niet: je komt er na een korte hike van 45 minuten en je zou niet verbaasd opkijken om er op een dag met minder toeristen een beer te zien vissen. Zie ook weer de foto’s :-).
Verder gereden naar Roads’ End. Supermooie natuur weer. Er lag bij het begin van de Ice Road een soort van stroomversnelling, erg ondiep. Dit gegeven zorgde voor een mooi schouwspel van ruim een half uur. Twee mannen probeerden namelijk het ondiepe stuk met een motorboot te passeren. Na wat geklooi namen ze een aanloop om vervolgens keihard aan de grond te lopen. Touwen werden uitgeladen, er werd over het land omheen gelopen, door de (toch net iets dieper dan verwachte) stroomversnelling heen geploeterd, er werd geduwd, getrokken, etc etc. Na ruim een half uur succes, thumbs up en met een brede glimlach een groet terug.
Teruggereden naar huis met nog een stop op de parkeerplaats waar we ook onze eerste stop maakten. Daar werd inmiddels druk gebarbequed op de publiekelijk te gebruiken barbeques. Super om te zien. Doorgereden naar de Co-op om een fishing license te halen en toen door naar huis. Vanwege de vermoeidheid van de lange dag voor het eerst wat fastfood gegeten: Kentucky Fried Chicken. Nou, dat was één keer en toch maar nooit meer.
Maandag 17 augustus
’s Ochtends ging Judith naar de Laundromat om de was te doen. Bas ging, na een paar laatste dingen te hebben gekocht bij de Walmart (ja echt!) een uurtje vissen. We hadden de auto nog tot 12 uur. Geen succes bij het vissen en weer terug naar huis, waar Judith na enige vertraging ook aankwam. De was was nog nat, ondanks dat Judith het twee keer in de droger had gedaan. Dus nadat de schoonmakers waren geweest werd de was door het hele appartement op stoelen en rekjes in de badkamer opgehangen.
Vervolgens een poging gedaan (gewapend met briefje) om te zien of Tony thuis was. En welja, driemaal is scheepsrecht en na een kort gesprek het meer op gegaan. Meteen betrok het weer. Na een lus te hebben gemaakt om één van de twee kleine eilandjes, waarna een peddel brak, mocht Bas de kajak weer terug naar Tony’s huis manoeuvreren. Met lichte regen kwamen we aan. Tony zat inmiddels met een andere houseboater te praten en nadat we beschaamd hadden verteld dat we een nieuwe peddel voor een moesten halen omdat we hem gebroken hadden werden we hartelijk uitgelachen. Net zoals het grootste deel van Tonys huis kwam ook deze peddel van de dump. Iemand had dus al besloten dat ie niet meer goed was en hij vond vast wel weer een nieuwe. No problem, man, no problem.
Het gesprek ging over van alles en kwam uiteindelijk op het onderwerp vissen. De “Government Dock”, daar kon je wel goed op Jackfish (Northern Pike -> snoek) vissen. Daar zijn we dus naar toe gelopen, Bas met hengel, Judith met boek) Van lezen kwam het niet veel, want er werd in de 4e of 5e worp meteen een Jackfish van 75 à 80 cm gehaakt, zie foto’s. Na een behoorlijk gevecht werd deze “Slew Shark” uiteindelijk met het net van de Walmart geland.
Ondertussen was ook de arm der wet genaderd. Voordat Bas z’n fishing license moest laten zien, werd er nog even geholpen met het onthaken van dit monster. De politie is hier echt je beste vriend! 🙂 “I figured you would have a fishing license, fishing on our doorstep” was de reactie toen aangaf natuurlijk een vergunning te hebben. En ja, de goede man had gelijk, het heet niet voor niks de “Goverment Dock”. De politieboten en auto’s vertrokken van deze plek. Op de vraag van Judith of je er eigenlijk wel mocht vissen (dankjewel Judith) was het antwoord: “Well, my boss doesn’t like it, but as long as you’re not in our way, we’re ok with it.” 😀 Als we nog vis wilden eten moesten we naar een dichtbij gelegen restaurant: elke dag verse vis. Hij zou er om half zes ook wel zijn!
Na nog een kleinere Jackfish te hebben gevangen (net onder of 40 cm) gingen we naar huis. Een pasta met een eigen recept met gehaktballetjes saus (wel weer uitdaging met het beperkte pannenarsenaal) smaakte verrukkelijk.
Afsluitend
We hebben weer een hoop meegemaakt. Wat ons blijft verbazen is de behulpzaamheid van iedereen: Tony, de politieman, de “New Brunswick kids”. Geweldig! Er wordt zeker nog vaker gevist en houdt de site in de gaten. Er komen twee filmpjes aan!
Zodra er nieuws is over sollicitatie resultaten horen jullie het, maar het loopt allemaal nog langzaam: ze hebben hier een lange vakantie die nog tot 1 september doorloopt. Er komen nog wel bijna dagelijks nieuwe mogelijkheden bij (ze hebben de boel hier dus qua personeel nog steeds niet rond op vele scholen in Canada) Volop perspectieven dus nog!